Advies aan gemeenteraad: geen zonnevelden zonder landschapsontwikkeling

Maandagavond 18 maart waren we aanwezig op de Politieke Avond van de Wageningse gemeenteraad over de voorlopige criteria voor zonnevelden. Mooi Wageningen voorzitter Patrick Jansen maakte duidelijk dat de voorlopige criteria de deur openzetten voor de aanleg van zonnevelden zónder deugdelijke analyse en zónder dat er concreet zicht is op grootschalige verbetering van het buitengebied. En gaf een voorzet voor wat er wél moet gebeuren.

Zonneparken zijn verstedelijking

De aanleg van zonnevelden is een enorme ingreep in het buitengebied. Zonnepanelen zijn een vorm van bebouwing en daarmee een vorm van verstedelijking. Dat geldt óók als zonnevelden – net als woonwijken en bedrijventerreinen – worden ‘vergroend’ door bijvoorbeeld afscherming met hagen en door tussen de panelen ruimte te geven aan kruidenrijk grasland en insecten.

Mooi Wageningen heeft grote moeite met verstedelijking van het buitengebied, en dús ook met zonnevelden. Het beleggen van weilanden en akkers met zonnepanelen tast het buitengebied aan. Dat grond rond de panelen gunstig worden ingericht voor biodiversiteit verzacht weliswaar de pijn, maar neemt het verlies van onbebouwd gebied niet weg.

Ontwikkelingsvisie

Als de gemeente zonnevelden tóch wil toestaan, dan vinden wij dat de locaties met de grootst mogelijke zorgvuldigheid moeten worden gekozen. Wij vinden dat er daarvoor éérst een ontwikkelingsvisie voor het buitengebied moet worden vastgesteld, inclusief een deugdelijke fysisch-geografische landschapsanalyse. Pas daarná kunnen gebieden eventueel worden aangemerkt als geschikt.

We constateren dat de gemeente Wageningen wél haast maakt met zonnevelden, maar níet met het maken van een ontwikkelingsvisie voor het buitengebied. Het college wil een uitgebreid participatieproces doorlopen, wat veel tijd kost. De vaststelling staat daardoor pas gepland voor 2021.

Ook de geplande aanstelling van een stadsecoloog, die van groot nut zou zijn, is voor onbepaalde tijd uitgesteld. In de tussentijd wil het college zonnevelden gaan beoordelen op basis van ‘voorlopige criteria’ zónder onderliggende analyse en visie. Wij vinden dat het college in de verkeerde volgorde werkt.

Meekoppelen

In het buitengebied waarin de zonnevelden zouden moeten komen spelen ondertussen enkele kolossale problemen, die steeds erger worden. Biodiversiteit, landschappelijke kwaliteit en recreatieve waarde zijn ernstig achteruitgegaan. Landbouwmethoden zijn onduurzaam en het toekomstperspectief voor boeren is matig. En er is een grote afstand tussen boeren en burgers. De overheid wil die problemen al heel lang oplossen, maar het kwam er nooit van.

Wij vinden dat je geen grootschalige ontwikkelingen in het buitengebied – zoals zonnevelden – mogelijk moet maken zónder tegelijkertijd die grote problemen van het buitengebied op te lossen. Wij vinden dat je de urgentie van de energietransitie moet gebruiken om die andere opgaven mee te koppelen. Want als dat nú niet gebeurt, wanneer dan wèl?Die grote opgaven voor het buitengebied (en wat je zou kunnen doen) zijn:

1. Herstel van de biodiversiteit (bijvoorbeeld door de aanleg van poelen, bloemenstroken, flauwe oevers, bosschages, en het stimuleren van natuurvriendelijke landbouw).

2. Herstel van de landschappelijke kwaliteit (bijvoorbeeld door het terugplanten en beschermen van heggen, hagen, bosjes en bomenrijen).

3. Verbetering van de recreatieve kwaliteit (bijvoorbeeld door het aanleggen van wandelpaden en picknickplekken, en het bestrijden van sluipverkeer).

4. Verbreding en verduurzaming van de landbouw (door te zorgen dat boeren een eerlijke vergoeding krijgen voor de ruimte die zij voor natuur, landschap en recreatie beschikbaar stellen, met gegarandeerd lange looptijden).

5. Verbetering van de relatie boer-burger (bijvoorbeeld middels landschapsbeheer door boeren en burgers gezamenlijk, en door korte ketens te stimuleren, waarin boeren ook voor de lokale markt produceren).

Kansen

Als de overheid de aanleg van zonnevelden effectief kan koppelen aan de realisatie van die grote opgaven voor het buitengebied, kan de kwaliteit van het buitengebied als geheel per saldo flink verbeteren. Dan kunnen zonnevelden met een groter maatschappelijk draagvlak worden gerealiseerd. En dat gaat wellicht ook sneller, want bezwaarprocedures zoals die van Mooi Wageningen leveren telkens forse vertraging op.

De gemeente is daadwerkelijk bezig te verkennen hoe deze opgaven kunnen worden gekoppeld aan de energieopgave, onder andere middels de pilot ‘Energiek Landschap’. Het idee is dat gemeente, WUR, ondernemers en andere partijen een methode ontwikkelen om de energieopgave te koppelen aan andere urgente opgaven in het buitengebied, en die in het Binnenveld implementeren.

Met zo’n pilot zou Wageningen een inspirerend voorbeeld neerzetten van integrale ontwikkeling met groter maatschappelijk draagvlak, een voorbeeld dat landelijk navolging zou kunnen krijgen. Helaas staat de pilot in de kinderschoenen; er is nog geen concreet resultaat. Concreet zicht op daadwerkelijke verbetering van de situatie in het buitengebied ontbreekt.

Advies aan de raad

Wat het college nu aan de raad voorstelt ondergraaft helaas de mogelijkheden om de andere grote opgaven voor het buitengebied mee te koppelen. De voorlopige criteria zetten namelijk de deur open voor de aanleg van zonnevelden zónder deugdelijke analyse en zónder dat er concreet zicht is op de grootschalige verbetering van het buitengebied. Het gevaar dreigt dat we straks wél zonnevelden hebben, misschien zelfs op verkeerde plekken, maar dat er wéér weinig of niets is teruggedaan voor het buitengebied.

Ons advies aan de gemeenteraad van de gemeente Wageningen bij de behandeling van het collegevoorstel is daarom:

  1. Stem niet in met het vergunnen van zonnevelden op basis van de voorlopige criteria.

  2. Regel dat zowel de ontwikkelingsvisie voor het buitengebied als de pilot Energiek Landschap worden versneld.

  3. Zorg dat het aantrekken van een deskundige (landschaps)ecoloog prioriteit krijgt.

Mooi Wageningen