De provincie Utrecht heeft het ontwerp van het Utrechts Programma Landelijk Gebied (UPLG) gepubliceerd. Het is een antwoord op de vele problemen die in het landelijk gebied spelen, waaronder vervuiling van bodem, water en lucht door mest en pesticiden en klimaatverandering. Het doel van het UPLG is deze problemen integraal aan te pakken en met gerichte maatregelen de kwaliteit van de leefomgeving flink te verbeteren. Tot en met 16 februari 2026 kan iedereen een zienswijze indienen op dit ontwerp.
Inhoud UPLG
Het doel van het UPLG is behoud en versterking van het landelijk gebied voor nu en voor toekomstige generaties. Het richt zich op vier grote thema’s: water en bodem, natuur, klimaat en landbouw. Voor het verbeteren van water en bodem, biodiversiteitsherstel, het tegengaan van klimaatverandering, het aanpassen aan een veranderend klimaat met langere periode van droogte en hevigere neerslag is een flinke verandering van de landbouwsector nodig. De uitstoot van ammoniak moet gehalveerd worden, uitspoeling van mest naar bodem en water moet flink verminderen en het gebruik van pesticiden moet zoveel mogelijk worden teruggedrongen. Daarnaast moet er ruimte komen voor natuurherstel, groenblauwe dooradering, waterberging, woningbouw en de energietransitie. De transitie van het landelijk gebied wordt vormgegeven aan de hand van zogeheten structurerende principes. De provincie zet in op uitbreiding van het Natuurnetwerk Nederland (NNN), het aanleggen van nieuwe bossen en het stimuleren van agroforestry en natuurinclusieve landbouw met kleinschalige landschapselementen en levendige sloten en oevers die als groenblauwe aders door het landschap lopen.
Zienswijze Mooi Wageningen
Mooi Wageningen is blij met het gepresenteerde perspectief waarin verschillende milieuproblemen en herstel van natuur en biodiversiteit integraal worden aangepakt. We zijn heel positief over het feit dat natuurherstel op de Utrechtse Heuvelrug expliciet aandacht krijgt en dat met diverse maatregelen wordt gezorgd voor meer ruimte voor natuur en landschap. Er ligt een programma waar vrijwel iedereen in de provincie Utrecht beter van wordt.
Daarbij geven we wel aan de maatregelen nu nog onvoldoende concreet zijn en dat met name het tijdpad voor het verminderen van de uitstoot van ammoniak geen recht doet aan de urgentie om verdere verslechtering van natuur te voorkomen. Waar het oorspronkelijk programma Landelijk Gebied als doel had om de uitstoot van ammoniak in 2030 gehalveerd te hebben, wordt nu gekozen voor 46% in 2035. De provincie Utrecht kiest dus voor vijf jaar vertraging en een afzwakking van de doelstelling. Dit betekent dat verdere verslechtering van natuur in de tussentijd niet is uit te sluiten. Het betekent ook dat de beoogde vergunningverlening voorlopig niet mogelijk zal zijn.
We zijn ook kritisch op de voorgestelde maatregelen. De uitstoot van ammoniak moet worden verminderd via doelsturing aan de hand van de hoeveelheid ureum in de melk en het aantal uren weidegang. Als dat niet voldoende reductie oplevert, wordt eventueel per 2035 een algemene emissienorm van maximaal 40-42 kg ammoniak per hectare per jaar ingevoerd. Voor niet-grondgebonden veehouderij, zoals legkippen, varkens en kalveren, zal een emissienorm per dier worden ingevoerd. Daarnaast komt er een stikstofzone van 250 meter rondom zes van de negen stikstofgevoelige Natura 2000-gebieden. Hier mag slechts beperkt mest worden uitgereden en geen kunstmest worden gebruikt. Het is echter onduidelijk of deze maatregelen voldoende zijn om de uitstoot van ammoniak snel te verminderen. Een ander belangrijk aandachtspunt is de vraag of de Provincie voldoende middelen heeft om toezicht en handhaving goed te kunnen uitvoeren.
Tevens zijn we kritisch op een deel van subsidies die de Provincie Utrecht wil uitgeven aan veehouderijbedrijven. De belastingbetaler draait daarmee op voor de problemen die deze bedrijven veroorzaken en dat is in strijd met het beginsel dat de vervuiler betaalt dat in de Omgevingswet is opgenomen.
Tot slot wijzen we de provincie Utrecht op het belang van het actief tegengaan van desinformatie. In de stukken van de provincie wordt expliciet verwezen naar partijen die proberen twijfel te zaaien over belangrijke inzichten om daarmee de maatschappelijke discussie te frustreren en de aanpak van problemen te vertragen. Die tactiek is bekend van onder meer de tabaksindustrie en fossiele industrieën. Twijfel wordt gecreëerd met rapporten en artikelen die grotendeels bestaan uit onwaarheden en foute conclusies. We benadrukken dat het belangrijk is deze desinformatie expliciet te benoemen, maar ook om mensen actief van informatie te voorzien en te wijzen op het risico van desinformatie. Het zaaien van twijfel frustreert namelijk niet alleen het formuleren en uitvoeren van beleid, maar ondermijnt ook de democratie.