SME (Stichting Milieuwerkgroepen Ede), Mooi Binnenveld, KNNV Wageningen e.o. en Mooi Wageningen hebben de handen ineengeslagen in een poging om de ontwikkeling van een nieuwe boomkwekerij in het open deel van het Binnenveld tegen te houden. Wij maken ons zorgen over de aantasting van natuur en landschap en zijn van mening dat hier bij de vergunningverlening niet goed naar is gekeken.
Eind September zagen we dat de gemeente Ede een Omgevingsvergunning had verleend voor de ontwikkeling van een boomkwekerij langs de Slagsteeg. Verschillende mensen hadden ook al aan de bel getrokken omdat de aanleg van drainage en verharding al gestart was terwijl in de vergunning expliciet was vastgelegd dat deze werkzaamheden pas mochten starten nadat de bezwaartermijn was verlopen.
De ontwikkeling van deze boomkwekerij is problematisch omdat het de openheid van het gebied aantast en negatieve gevolgen voor beschermde natuurwaarden niet zijn uit te sluiten. Een boomkwekerij betekent dat het leefgebied van soorten zoals partrijs, buizerd en ransuil verloren gaat. Bovendien zorgt het veelvuldig gebruik van landbouwgif bij dit soort boomkwekerijen voor vervuiling van water en lucht en is niet uit te sluiten dat dit landbouwgif of resten daarvan in het beschermd natuurgebied terecht komen en daar het ecosysteem aantasten.
De ontwikkeling van een boomkwekerij staat ook haaks op de zoektocht naar mogelijkheden om de negatieve effecten van de landbouw op natuur te verminderen en maatregelen te nemen om natuur te herstellen. Bovendien is het toestaan van een nieuwe boomkwekerij in strijd met de wettelijke verplichtingen voor natuurbescherming.
Om die redenen hebben we dan ook bezwaar aangetekend tegen de verleende Omgevingsvergunning en de provincie Gelderland gevraagd om handhavend op te treden.
Weten gemeenten wel wat ze doen?
De casus laat ook zien dat de mooie woorden van gemeenten over bescherming van het landschap betekenisloos zijn zolang ze de kernwaarden van dat landschap niet verankeren in het Omgevingsplan. Dat de gemeente Ede vervolgens ook nog accepteert dat ondernemers handelen in strijd met de vergunningsvoorwaarden illustreert de desinteresse voor het landschap.
Terwijl de juridische procedures lopen zullen we alles op alles moeten zetten om gemeenten wakker te schudden en bewust te maken van deze sluipende verrommeling van het open landschap in het Binnenveld. Zonder goed beleid en borging van kernwaarden in het Omgevingsplan hebben gemeenten geen enkele mogelijkheid om richting te geven aan ruimtelijke ontwikkelingen en bestaat het risico dat er van de hoog gewaardeerde openheid weinig overblijft.
